Achtergrondinformatie

Help! Wij moeten van de gemeente/provincie een natuuronderzoek laten uitvoeren, wat is dat?

De zomerse verschijningsvorm van het Landkaartje. Deze vlinder ziet er in het voorjaar heel anders uit. Als u van plan bent werkzaamheden uit te voeren zoals het bouwen of slopen van bebouwing, het uitbreiden van een camping of het aanleggen van een weg, dan dient u te handelen conform de Flora- en faunawet. Dit houdt in dat u moet onderzoeken wat de effecten van de werkzaamheden op beschermde planten en diersoorten zijn. Afhankelijk van de werkzaamheden en uw planning kan een quickscan voldoende zijn. Aan de hand van een quickscan kan, indien noodzakelijk, een gedegen inschatting gemaakt worden voor nader onderzoek en kan bepaald worden of eventueel een ontheffing nodig is. Door goed onderzoek te combineren met een juiste planning kunnen veel kosten en tijd bespaard worden.

Hieronder vindt u beknopte achtergrondinformatie over de Flora- en faunawet en wat wij op dit vlak voor u kunnen betekenen.

Achtergrondinformatie

Sinds 1 april 2002 is de Flora- en faunawet van kracht. Doelstelling van de Flora- en faunawet is de bescherming van in het wild levende planten- en diersoorten. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen ('nee') kan onder voorwaarden ('tenzij') worden afgeweken met een ontheffing of vrijstelling. De noodzaak voor een ontheffing hangt af van de beschermingsstatus van de beschermde soort en van het type werkzaamheden dat wordt uitgevoerd.

Onder de Flora- en faunawet worden twee typen werkzaamheden onderscheiden te weten 1) terugkerende werkzaamheden (bestendig beheer, gebruik en onderhoud) zoals maaien van wegbermen, baggeren van sloten en snoeien van bomen en 2) werkzaamheden die eenmalig plaatsvinden (ruimtelijke ordening) zoals de sloop van gebouwen, de uitbreiding van campings, de aanleg van wegen of fietspaden, het dempen van sloten en nieuwbouw.

Beschermingsregimes

Op 23 februari 2005 is de Flora- en Faunawet gewijzigd waardoor het mogelijk is een ontheffing aan te vragen voor enkele verbodsbepalingen uit de wet. Ook biedt de Flora- en faunawet voor bepaalde soorten en ingrepen vrijstellingen, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De onder de Flora- en faunawet beschermde plant- en diersoorten worden opgedeeld in drie categorieën, met elk een eigen beschermingsregime.

Algemene soorten (tabel 1 – soorten):
Dit betreft een aantal beschermde, maar vrij algemene soorten in Nederland. Als iemand activiteiten onderneemt die zijn te kwalificeren als terugkerende werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkeling geldt voor deze soorten een vrijstelling voor de meest voorkomende verbodsbepalingen uit de wet. Voor deze soorten hoeft daarom geen ontheffing te worden aangevraagd.

Overige soorten (tabel 2 – soorten):
Bij terugkerende werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor deze soorten voor de meest voorkomende verbodsbepalingen uit de wet, mits de activiteiten worden uitgevoerd op basis van een door de minister van EL&I goedgekeurde gedragscode. Gedragscodes geven aan hoe bij bepaalde werkzaamheden schade aan de beschermde plant- en diersoorten wordt voorkomen of tot een minimum wordt beperkt. Een goedgekeurde gedragscode geeft vrijstelling voor een aantal verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet. Zonder gedragscode moet voor de soorten uit deze groep ontheffing worden aangevraagd.

Strengbeschermde soorten (tabel 3 - soorten):
Deze derde groep soorten bestaat feitelijk uit twee delen. Ten eerste de soorten waarvan de gunstige staat van instandhouding in Nederland duidelijk in het geding is en ten tweede de soorten die vermeld staan in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. De laatste groep geniet een strikte Europese bescherming. Bij terugkerende activiteiten geldt, bij gebruik van een gedragscode, een vrijstelling voor alle soorten voor de meest voorkomende verbodsbepalingen. Zonder gedragscode moet ontheffing worden aangevraagd. Bij ruimtelijke ontwikkeling geldt geen vrijstelling, ook niet op basis van een gedragscode.

Vogels:
Vogels worden apart behandeld. Onder de Flora- en faunawet zijn alle van nature voorkomende vogelsoorten beschermd. Het doden of verontrusten van (nestelende) vogels is verboden. In de praktijk komt het erop neer dat vooral tijdens het broedseizoen moet worden gelet op verstoring, hoewel voor sommige vogels de nestplaatsen jaarrond zijn beschermd ook als er niet gebroed wordt.

Soortenbescherming buiten de Flora- en faunawet

Buiten lijsten met soorten die onder de Flora- en faunawet beschermd worden, bestaan er ook zogenoemde rode lijsten. Op de rode lijsten staan, per land, de in hun voortbestaan bedreigde dier- en plantensoorten. Soorten komen op een Rode Lijst als zij zeldzaam zijn en achteruitgaan. Op de Nederlandse Rode Lijsten staan alleen soorten die zich in Nederland voortplanten, dus geen trekvissen (zoals zalm en paling) of overwinterende vogels.

In Nederland werden deze lijsten in opdracht van het voormalig ministerie van LNV opgesteld. Minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft op 5 november 2004 de nieuwe rode lijsten voor bedreigde dier- en plantensoorten vastgesteld.

Soorten van een rode lijst genieten op grond daarvan nog geen wettelijke bescherming. Wel is wettelijk vastgelegd dat de overheid zich inzet voor de bescherming van deze soorten en dat zij het onderzoek daartoe bevordert. Van provincies, gemeenten en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de rode lijsten.

Wat kunnen wij voor u doen

Alvorens activiteiten of werkzaamheden uitgevoerd mogen worden moet er geïnventariseerd worden of en zo ja welke beschermde soorten aanwezig zijn. Vervolgens moet worden nagegaan of de werkzaamheden van invloed zijn op deze soorten (en eventueel omliggend natuurgebieden) en of verbodsbepalingen overtreden zullen worden. Afhankelijk van de bevindingen moet dan eventueel een ontheffing aangevraagd worden.

Koeman en bijkerk kan bovengenoemde informatie voor u verkrijgen door middel van het uitvoeren van een zogenoemde quickscan. Hoe een quickscan in de praktijk uitgevoerd wordt leest u onder het onderwerp Toetsing Flora- en faunawet (quickscan). Naast quickscans verzorgen we ook nader onderzoek als hiertoe aanleiding is (bijvoorbeeld bij het aantreffen van strengbeschermde soorten) of de monitoring van één of meer soortgroepen over een langere periode (zie bijvoorbeeld onder projecten de Stedelijke Ecologische Structuur Groningen). Voor meer informatie hierover kunt u contact met ons opnemen via