Bijen
Wat is een bij?
Een bij is een vliesvleugelig angeldragend insect (Hymenoptera: aculeata). Een bij kenmerkt zich door het hebben van vertakte haren en afgeplatte achterschenen. Eenieder is bekend met de honingbij. Wat veel minder mensen weten is dat er naast de honingbij nog 350 andere soorten bijen in Nederland voorkomen, de zogenaamde wilde bijen.

Een eigenschap die bijen delen met andere angeldragers zoals graafwespen, spinnendoders en plooivleugelwespen is dat zij voor de nakomelingen een speciale kamer aanleggen waarin deze kunnen opgroeien, dit noemen we een broedcel. Bijen leven van stuifmeel en nectar. Nectar gebruiken zij voor de eigen energievoorziening. Voor de nakomelingen wordt een mix van stuifmeel en nectar in een broedcel gebracht en daarop wordt één ei gelegd. Vervolgens wordt de broedcel afgesloten. De larve komt vervolgens uit het ei, eet de voedselvoorraad op, volgroeit en verpopt in de broedcel. In het volgende jaar komt de volwassen bij uit het nest tevoorschijn. Bijen halen hun voedsel uit de bloemen van bloeiende planten. Bijen kunnen een specifieke voorkeur hebben voor een bepaalde plant of plantenfamilie (oligolectie), maar er zijn ook soorten bijen die op allerlei plantenfamilies foerageren (polylectie). Bijen kunnen bovendien bovengronds of ondergronds nesten aanleggen. Bovengronds is dat meestal in oude knaaggangen van kevers, holle plantenstengels en in aangeboden nestblokken. Ondergronds wordt er een nestgang met daaraan broedcellen gegraven. De gebeurd bijvoorbeeld in kale stukjes zand op aarden wallen, bermen, slootwallen en tussen trottoirtegels. Sommige bijen leggen niet zelf een nest aan, maar maken gebruik van een broedcel die door een andere bij is aangelegd en bevoorraad (gastheer). Dit noemen we broedparasitaire bijen of koekoeksbijen.
Leefomgeving
Bijen zijn overwegend droogte en warmte minnende insecten. In de leefomgeving van bijen moeten een aantal basiselementen op korte afstand van elkaar aanwezig zijn om zich te kunnen handhaven. Deze basiselementen zijn voedsel, nestgelegenheid, nestmateriaal en zon/beschutting. Hoe groter de variatie van deze elementen hoe groter de diversiteit aan bijen. De diversiteit hangt ook af van de aard en de onderlinge verbondenheid van deze elementen. Naast de basiselementen zijn er nog tal van andere factoren die een rol spelen voor de diversiteit van bijenpopulaties. Dit zijn bijvoorbeeld gradiënten van hoog-laag, droog-nat, open-gesloten en voedselrijk-voedselarm. Hierdoor kunnen kleine, lokale microklimaten ontstaan waar bijen bij gebaat zijn.
In de stedelijke omgeving is de diversiteit van bijen opvallend hoog (Koster 1999 en 2000). Hier komen alle elementen (lang niet altijd bedoeld) voldoende bij elkaar om voor een hoge diversiteit te zorgen. Zie ook:
Bijen in Nederland
In Nederland kennen we ongeveer 350 soorten wilde bijen. Een zeer groot deel daarvan heeft het moeilijk. Meer dan de helft van de Nederlandse soorten staat op de Rode Lijst (Peeters & Reemer 2003) en daarvan zijn er (op basis van het soortenaantal rapport uit 2003) ten minste 35 verdwenen, 31 ernstig bedreigd, 52 bedreigd, 53 kwetsbaar en 17 gevoelig. In totaal zijn 16 soorten niet beschouwd, omdat onvoldoende gegevens beschikbaar waren of omdat de soort niet als inheems is beschouwd. Redenen voor de achteruitgang zijn een verarming van het aanbod van inheemse flora, biotoopversnippering of -vernietiging, vermesting, intensievere landbouw, ruilverkaveling en gebrek aan kleinschalige landschapselementen (kleine zandwandjes, dood (staand) hout, houtwallen, ruige stroken of hoekjes).

Binnen natuurorganisaties is er steeds meer aandacht voor wilde bijen en worden ook inventarisaties gedaan ten behoeve van bijvriendelijk beheer of bijvriendelijke ingrepen in het landschap (OBN inventarisaties).
Andere organisaties als gemeenten maar ook door particulieren is er steeds meer oog voor bijen en bereidwilligheid om rekening te houden met deze diergroep en is men vooral bezig met de bewustwording van de mens als het gaat om bijen in de eigen omgeving. De kennis van de Nederlandse soorten wordt steeds groter en er is een groeiend aantal actieve specialisten. Een deel van die kennis zal zich gaan weerspiegelen in de Atlas van de Nederlandse Bijen die in 2012 zal gaan verschijnen.
Wat kan Koeman en Bijkerk voor u doen?
Koeman en Bijkerk kan u op het gebied van wilde bijen op allerlei fronten adviseren, bijvoorbeeld advies met betrekking tot bijvriendelijk beheer in het algemeen of toegepast in een specifiek terrein. Ook kunnen wij voor u monitoring-, inventarisatie- of determinatiewerkzaamheden uitvoeren. Koeman en Bijkerk kan een uitspraak doen over de potenties van het onderzochte gebied en u praktisch advies geven om bijen in het algemeen of specifieke soorten te behouden, stimuleren of aan te trekken. Voor meer informatie over hoe Koeman en Bijkerk u van dienst kan zijn kunt u contact opnemen met Anne Jan:
Inventarisatie
Bijen kunnen zeer kritisch zijn als het gaat om de inrichting van hun leefomgeving. Zij kunnen belangrijke indicatoren zijn voor de kwaliteit van het habitat waarin zij gevonden worden en kunnen iets zeggen over de diversiteit en variatie binnen het habitat. Een hoge diversiteit aan bijen kan ook potenties voor andere insectengroepen indiceren. Zo hebben graafwespen, spinnendoders en solitaire plooivleugelwespen vergelijkbare habitatseisen met betrekking tot nestgelegenheid, beschutting, jachtterrein en voor een deel ook bloembezoek.
Bijen zijn gedurende een groot deel van het jaar waar te nemen, meestal vanaf eind februari tot en met oktober. Veel soorten hebben slechts één generatie per jaar, andere hebben er twee of zijn het gehele jaar door waar te nemen. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van het voorkomen van bijen moet daarom op verschillende tijdstippen in een jaar geïnventariseerd worden. Sommige soorten vliegen alleen in het vroege voorjaar, andere uitsluitend in de zomer. Een goed voorbeeld van de zeer vroeg verschijnende soorten zijn de op wilgen gespecialiseerde zandbijen. Deze bijen zijn uitsluitend actief wanneer de wilgen bloeien (half maart-begin mei). De Gewone slobkousbij daarentegen vliegt in de zomer wanneer de Grote wederik bloeit. Deze bijensoort foerageert in Nederland uitsluitend op Grote wederik.
Bescherming
Geen enkele bijensoort wordt beschermd onder de Nederlandse Flora- en faunawet. Bij het vaststellen van zeer zeldzame of kwetsbare kan er wel advies worden gegeven met betrekking tot beheer en rekenschap met bijen. De Rode Lijst van bijensoorten (Peeters & Reemer 2003) is in de staatscourant gepubliceerd en eveneens te vinden via de repository van Naturalis.
Projecten
In opdracht van de gemeente Groningen voert Koeman en Bijkerk sinds 2008 een omvangrijk project uit omtrent de monitoring en het beheer van stadsnatuur in Groningen. Een groot aantal onderling verbonden groenstructuren en waterpartijen vormen samen de Stedelijke Ecologische Structuur (SES). De SES bestaat uit kerngebieden en ecologische verbindingszones, met elk hun eigen natuurwaarde. Het onderzoek heeft als doel om een zo goed mogelijk ecologisch beheer van het stedelijk groen tot stand te brengen.
In 2012, het Jaar van de Bij, zullen enkele van de bovengenoemde kerngebieden en ecologische verbindingszones ook onderzocht worden op bijen. Er zal hier worden gekeken naar de diversiteit van de bijenpopulaties en de omgevingsfactoren die voor bijen van belang zijn om zich te kunnen handhaven. Hiermee kan er een uitspraak worden gedaan over de potenties van een kerngebied en kunnen er aanbevelingen worden gedaan omtrent het beheer van deze gebieden.
Koeman en Bijkerk kan vergelijkbare monitoringen ook voor andere gemeenten en terreinbeherende instanties uitvoeren. Vanzelfsprekend wordt rekening gehouden met uw specifieke wensen. Voor details verwijzen we u graag door naar
Literatuur
Koster, A., 1999. Wilde bijen in relatie tot het groenbeheer in de stad Groningen, IBN-DLO Instituur voor bos en natuuronderzoek, Wageningen 1999, 1-19 + bijlagen.
Koster, A., 2000. Wilde bijen in het stedelijk groen; een evaluatie van het ecologisch groenbeheer. Alterra-rapport 48, Wageningen, 220 p.
Peeters T.M.J. & M. Reemer 2003. Bedreigde en verdwenen bijen in Nederland (Apidae s.l.). Basisrapport met voorstel voor de Rode Lijst. European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden, 96 p.






