Vleermuizen
Van de 21 soorten vleermuizen die in Nederland zijn waargenomen, zijn slechts zeven soorten min of meer algemeen. Negen andere soorten zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam, De overige soorten zijn slechts als zwerver in ons land te verwachten.
Alle Nederlandse vleermuissoorten voeden zich met insecten, zoals vliegen, motten en muggen. Jagende vleermuizen zijn te vinden op beschutte plaatsen waar veel insecten zijn: bij houtwallen, in parken of op landgoederen, en bij water. Een aantal soorten vleermuizen maakt gebruik van schuilplaatsen in huizen en gebouwen. Dat kunnen oude bouwwerken zijn maar ook nieuwbouwhuizen. Andere soorten vleermuizen verblijven in holle bomen.
Een jaar uit het leven van een vleermuis verloopt volgens een vast patroon. In het voorjaar ontwaken de dieren uit hun winterslaap en verplaatsen ze zich naar de zomerverblijfplaatsen. De vrouwtjes verzamelen zich in zogeheten kraamkolonies, die zich in holle bomen of in gebouwen bevinden. Voorbeelden van plaatsen waar vleermuizen zich in gebouwen kunnen bevinden zijn in spouwmuren, op (kerk)zolders en achter betimmering. Hier worden aan het begin van de zomer de jongen geboren, meestal maar één jong per moeder. Na 4 tot 6 weken zijn de jongen vliegvlug en valt de kolonie uiteen.
De mannetjes brengen de zomer alleen of in kleine groepjes door. In de nazomer begint de paartijd. De mannetjes van sommige soorten vertonen in deze periode een opvallend baltsgedrag, waarbij ze, vaak vanaf vaste plekken, naar langsvliegende vrouwtjes roepen. Als het najaar vordert en er steeds minder insecten vliegen worden de winterverblijfplaatsen opgezocht. Hier verkeren ze tot het volgende voorjaar in diepe rust. In geschikte winterverblijven is het koel (4 tot 8 °C), is de luchtvochtigheid hoog en is het donker en stil. De dieren laten hun lichaamstemperatuur zakken tot de omgevingstemperatuur, zodat ze vrijwel geen energie meer verbruiken. Bekende overwinteringsplekken zijn de mergelgroeven in Zuid-Limburg, maar ook in ijskelders, spouwmuren en holle bomen overwinteren vleermuizen, afhankelijk van de soort.
Inventarisatie
Omdat alle vleermuizen strengbeschermd zijn moet voorafgaand aan de vernietiging van een potentiële verblijfplaats goed gekeken worden of er vleermuizen aanwezig zijn. Koeman en Bijkerk bv kan dit onderzoek voor u uitvoeren. Om de aanwezigheid van vleermuizen over een gehele jaarcyclus volledig in kaart te brengen zijn minimaal zes bezoeken nodig, welke verspreid over het gehele jaar worden uitgevoerd. Wij hanteren hiervoor het vleermuisprotocol, dat is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en is goedgekeurd door het Ministerie van LNV.
De aanwezigheid van vleermuizen is door hun verborgen levenswijze vaak moeilijk vast te stellen. Via kleine spleten of ventilatieopeningen kunnen ze toegang krijgen tot afgesloten ruimtes zoals spouwmuren. Van half oktober tot half maart verblijven ze in speciale winterverblijfplaatsen en houden daar een winterslaap. De aanwezigheid van vleermuizen is dan alleen vast te stellen als deze ruimtes toegankelijk zijn. In sommige gevallen kunnen moeilijk toegankelijke ruimtes worden afgezocht met een endoscoop. Een winterverblijf in een spouwmuur is in veel gevallen slechts vast te stellen als het gebouw gesloopt wordt, tenzij duidelijk zwermgedrag is waargenomen in de najaarsperiode. Dit is een goede indicatie van de aanwezigheid van vleermuizen gedurende de winter. Vanaf half maart tot half oktober zijn de vleermuizen 's nachts het meest actief. Hun aanwezigheid in afgesloten ruimtes kan dan vastgesteld worden door waarnemingen van in- en uitvliegende vleermuizen aan het begin en het eind van de nacht. Een batdetector is een handig hulpmiddel, maar daarbij moet wel bedacht worden dat niet alle soorten met een batdetector met zekerheid zijn te determineren. Inmiddels is duidelijk, dat vleermuizen in de zomer regelmatig verplaatsen van slaapplaats. Zelfs vrouwtjes met jongen kunnen verhuizen. Daardoor zijn er meerdere bezoeken noodzakelijk om definitief en met volledige zekerheid vast te stellen dat een bepaalde ruimte niet door vleermuizen wordt gebruikt.
Toepassing en wetgeving
Onderzoek naar vleermuizen wordt vrijwel altijd gedaan in het kader van de Flora- en faunawet. Alle in Nederland voorkomende soorten vleermuizen zijn strengbeschermd onder de Flora- en faunawet (Tabel 3 AMvB artikel 75 van de Flora- en faunawet) en genieten bescherming onder de Habitatrichtlijn. Indien is vastgesteld dat er vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing of beplanting die wordt beïnvloed door de plannen, dan moet er een ontheffing van Artikel 75 Flora- en faunawet worden aangevraagd. Deze ontheffing kan pas worden aangevraagd als met zekerheid is vastgesteld, dat het plangebied voor vleermuizen van belang is. Ontheffingen worden voor vleermuizen uitsluitend verleend wanneer geen alternatieve oplossingen voor handen zijn waardoor de schade aan vleermuizen wordt voorkomen, wanneer er een reden van groot openbaar belang in het spel is en/of wanneer geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de vleermuizen.
Projecten
Publicaties
- Nader onderzoek vegetatie en vleermuizen in het kader van de Flora- en faunawet in verband met de voorgenomen herinrichting van een perceel aan de Kanaalstraat te Sneek
- Nader onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Flora- en faunawet: vleermuizen op het Bodenterrein te Groningen
- Nader onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Flora- en faunawet, vleermuizen op de locatie Ackerswoude te Pijnacker





