Zoogdieren

De Dwergmuis is een soort van ruige graslanden en rietland en is een behendige klimmerIn Nederland komen van nature 60 soorten zoogdieren voor, waarvan er vier zijn uitgestorven. 29 soorten worden zo nu en dan als dwaalgast waargenomen, of zijn slechts periodiek in Nederland te verwachten. 18 andere soorten gelden als exoot en zijn in Nederland ingeburgerd, of worden in het natuurbeheer ingezet als grote grazers. Bij de bovenstaande aantallen zijn vleermuizen meegerekend. Meer over deze soortgroep vindt u hier.

Veel van de in Nederland voorkomende zoogdiersoorten zijn wettelijk beschermd. Zelfs algemene soorten als de Mol (Talpa europaea) en de Bosmuis (Apodemus sylvaticus) zijn beschermd, hoewel ze onder het lichte beschermingsregime vallen (zie hoofdstuk Flora- en faunawet). Voor soorten van dit beschermingsregime geldt dat een algemene ontheffing wordt verleend bij onder andere ruimtelijke ingrepen.

Andere soorten zoals de Waterspitsmuis en de Noordse Woelmuis zijn echter zo zeldzaam in Nederland, dat het voorkomen van deze soorten kan leiden tot grote problemen indien verstorende maatregelen in hun leefgebied gepland zijn. De Waterspitsmuis (Neomys fodiens) is een indicatorsoort voor zeer soortenrijk zoet water en is in Nederland zeldzaam. De ondersoort van de Noordse woelmuis (Microtus oeconomus ssp. arenicola) komt uitsluitend in Nederland voor, waarmee het ons enige endemische zoogdier is. Behoud van deze soort in ons land is dan ook van groot belang.

Een andere strengbeschermde soort die steeds meer in Nederland lijkt voor te komen is de Steenmarter (Martes foina). Deze soort veroorzaakt regelmatig schade aan bijvoorbeeld geparkeerde auto’s, maar kan in de meeste gevallen niet worden bestreden vanwege de beschermingsstatus. Ook wanneer de Steenmarter in een te slopen pand leeft kan de soort in verband met de bescherming voor problemen zorgen. Het aanvragen van een ontheffing is noodzakelijk, alvorens met de sloop mag worden begonnen.

Inventarisatie

Sporen van een Steenmarter in een te slopen fabriekspandVaak kan de aanwezigheid van terrestrische zoogdieren worden vastgesteld aan de hand van indirecte waarnemingen zoals prenten, uitwerpselen, vraatsporen, holen en dergelijke. Door de schuwe aard van sommige soorten of indien uitgebreide informatie over bijvoorbeeld de populatie vereist is, kan het zijn dat de indirecte waarnemingen niet voldoende zijn. Nader onderzoek is dan noodzakelijk waarbij bijvoorbeeld gebruik gemaakt wordt van inloopvallen. Het vangen van dieren zoals diverse muizensoorten vindt bij voorkeur in het najaar plaats, in verband met de variatie in populatiegrootte met jaarlijks een piek in het aantal dieren in het najaar. Wij gebruiken voor ons onderzoek Longworth inloopvallen. Dit zijn diervriendelijke vallen. Door te werken met een groot aantal vallen, wordt een efficiënte bemonstering van een gebied mogelijk. Voor zo'n inventarisatie is een speciale vergunning en wettelijke bevoegdheid vereist die Koeman en Bijkerk heeft.

Om een eerste indicatie te krijgen over de aan- of afwezigheid van zoogdieren zoals bijvoorbeeld voor een quickscan, zijn indirecte waarnemingen zoals sporen of holen vaak voldoende. Een uitgebreid onderzoek wordt dan alleen aanbevolen indien er aanwijzingen zijn dat strengbeschermde soorten in het gebied aanwezig zijn zodat eventueel een ontheffing kan worden aangevraagd.

Toepassing en wetgeving

De Bosmuis behoort tot de echte muizen en heeft grote oren en een lange staartAlle van nature in Nederland voorkomende soorten zoogdieren (m.u.v. Zwarte rat, Bruine rat en Huismuis zijn in Nederland beschermd onder de Flora- en faunawet. Een aantal soorten wordt eveneens beschermd onder de Habitatrichtlijn. Tijdens veldwerk worden deze soorten zo nu en dan aangetroffen in een gebied waar bijvoorbeeld een ruimtelijke ingreep is gepland. Voor deze strengbeschermde soorten dient dan een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden voor zoogdieren uitsluitend verleend wanneer geen alternatieve oplossingen voor handen zijn waarmee de schade aan de dieren wordt voorkomen, wanneer er een reden van groot openbaar belang is of wanneer geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de aangetroffen strengbeschermde soort.

Vooral voor de strenger beschermde zoogdiersoorten geldt dat zij een goede indicator kunnen zijn voor de ecologische kwaliteit van de omgeving. Zij stellen vaak hoge eisen aan omgevingsfactoren en areaalgrootte. Tijdens bijvoorbeeld de inventarisaties in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur in Groningen komt deze soortgroep dan ook uitgebreid aan bod en worden waar mogelijk aanbevelingen gedaan ten behoeve van deze soortgroep.

Projecten

Publicaties