MEP/GEP

In december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. Deze KRW schrijft voor dat alle natuurlijke wateren in 2015 moeten voldoen aan de Goede Ecologische Toestand (GET). De GET is afgeleid van de natuurlijke toestand van het oppervlaktewater, met inachtneming van een zekere mate van menselijke beïnvloeding.

Nu is zo dat de meeste wateren in Nederland niet natuurlijk zijn, maar kunstmatig. Voorbeelden zijn sloten, kanalen, zandwinplassen en de randmeren. Daarnaast zijn veel natuurlijke wateren sterk veranderd door normalisatie, de bouw van dijken, stuwen en kribben en door peilhandhaving. Voor de kunstmatige wateren en, onder bepaalde voorwaarden, ook deze sterk veranderde natuurlijke wateren, geldt straks niet de GET als norm, maar het Goede Ecologische Potentieel (GEP).

Van kunstmatige wateren is per definitie geen natuurlijke toestand bekend. Daarom is het GEP afgeleid van het Maximaal Ecologisch Potentieel (MEP). Het MEP is de ecologische toestand die onder de bestaande hydromorfologie van het waterlichaam maximaal haalbaar is na uitvoering van realiseerbare, mitigerende maatregelen. In de huidige interpretatie van de KRW zijn het alleen de hydromorfologische ingrepen die een bijna-natuurlijke toestand in de weg staan, niet de menselijke activiteiten die leiden tot eutrofiëring en verontreiniging. Wanneer dit mogelijk is moet als referentie voor het MEP de onverstoorde staat van het meest gelijkende, natuurlijke watertype worden gebruikt. Vervolgens worden de effecten van de hydromorfologische ingrepen en de effecten van mitigerende maatregelen in het streefbeeld verwerkt. Bij mitigerende maatregelen moet in dit verband gedacht worden aan de aanleg van vistrappen, natuurlijke oevers en de doorvoer van een variabel, (semi-)natuurlijk peil. De waterbeheerder beslist over de haalbaarheid van mitigerende maatregelen en daarom is de waterbeheerder ook zelf verantwoordelijk voor het formuleren van het MEP voor de watertypen in zijn beheergebied.

Het formuleren van een MEP doorloopt bij ons de volgende stappen:

  1. Wij kennen het waterlichaam toe aan de in Nederland onderscheidde watertypen
  2. Wij stellen mogelijke mitigerende maatregelen voor ter besluitvorming.
  3. De beheerder maakt een keuze ten aanzien van mitigerende maatregelen.
  4. Wij maken een prognose van het ecologisch effect van de mitigerende maatregelen binnen het waterlichaam, uitgaande van de abiotische randvoorwaarden van het aquatisch systeem.
  5. Wij maken een streefbeeld van de ecologische toestand en het ecologische functioneren van het waterlichaam met inachtneming van de abiotische randvoorwaarden en het effect van mitigerende maatregelen, waarin alle voor het watertype relevante, biologische kwaliteitselementen zijn beschreven.

Voor het formuleren van een MEP voor de kwaliteitselementen fytoplankton, fytobenthos, waterplanten, macrofauna en vissen, zijn per waterlichaam ongeveer 14 werkdagen nodig. De totale doorlooptijd van een dergelijk project is echter veel langer. Dit komt door het bestuurlijk traject dat doorlopen moet worden voor een beslissing inzake mitigerende maatregelen en door de noodzakelijke terugkoppeling met de opdrachtgever op twee tot drie momenten tijdens het project.

Uw contactpersoon bij ons is Ronald Bijkerk.