Wet natuurbescherming

De nieuwe Wet natuurbescherming in een notendop

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermings- wet 1998 en de Boswet.

Wat betekent dat voor uw project of plan met ruimtelijke ingrepen?

 

 Bescherming van Natura 2000-gebieden is nagenoeg gelijk gebleven

De bescherming van de Beschermde natuurmonumenten is vervallen, maar verder is er voor Natura 2000 weinig veranderd. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen. Vanaf 2017 wordt op de dezelfde manier getoetst als tot en met 2016 het geval was.

Bescherming van soorten planten en dieren is veranderd

Zorgplicht

Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat u werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

Wijziging soortenlijsten

Wat wel veranderd is, zijn de lijsten met beschermde soorten. Er zijn soorten die nu beschermd zijn, die dat onder de Flora- en faunawet niet waren en andersom. Zo is een aantal soorten planten (orchideeën), insecten en vissen (o.a. kleine modderkruiper en bittervoorn zonder binding met Natura 2000-gebieden) niet meer beschermd. Voorbeelden van soorten waarvoor vóór 2017 geen ontheffing nodig was bij ruimtelijke ingrepen en nu mogelijk wel (afhankelijk van de provincie), zijn de haas en de bosmuis en de mercuurwaterjuffer, de kleine ereprijs en de molmuis. De Wet natuurbescherming brengt het aantal beschermingsregimes terug van ‘Vogels’ en ‘Tabel 1,2,3’ naar ‘Beschermingsregime Vogelrichtlijn’, ‘Beschermingsregime Habitatrichtlijn’ en ‘Beschermingsregime andere soorten’. De eerste twee regimes komen overeen met de Europese richtlijnen. De laatste groep bevat soorten uit Tabel 1,2 en 3 die niet onder de Europese regelgeving beschermd zijn. Tevens zijn hier een aantal soorten van de Rode lijst aan toegevoegd die onder de Flora- en faunawet niet beschermd waren.

De beschermde status van soorten verschilt per provincie. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor soorten van het ‘Beschermingsregime andere soorten’. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden.

Wijziging verbodsbepalingen

Ook voor de soorten die al strikt beschermd waren én dat vanaf 2017 zijn gebleven, is de toetsing anders geworden. De verbodsbepalingen in de nieuwe wet zijn namelijk anders geformuleerd. Zo is bijvoorbeeld aan het verbod ‘opzettelijk verstoren’ toegevoegd: ‘als het van wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding’. Wat de gevolgen zijn van de veranderde formuleringen voor juridische procedures zal moeten blijken.

Procedure

Ook onder de Wet natuurbescherming geldt dat onderzocht moet worden of ruimtelijke ingrepen effect hebben op beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde bosopstanden. Vaak begint dat met een oriënterend onderzoek, een quickscan.

Door de integratie van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet is er straks nog maar één ‘natuurvergunning’ nodig van één bevoegd gezag. De beslistermijn voor aanvragen om vergunning of ontheffing wordt aangepast en gelijkgetrokken. De termijn om te beslissen op een aanvraag wordt 13 weken. Deze termijn is door het bevoegd gezag eenmalig te verlengen met 7 weken.

Overgang

Per 1 jan 2017 worden aanvragen beoordeeld conform de Wet natuurbescherming, ook als deze in 2016 zijn ingediend maar niet meer in 2016 inhoudelijk zijn behandeld.

In een in 2016 of eerder afgegeven ontheffing (of gedragscode) zijn meestal verplichte maatregelen opgenomen die negatieve effecten op beschermde soorten moeten voorkomen of verzachten. Deze ontheffingen en voorwaarden blijven ook na 2016 gelden, ook als het soorten betreft die dan niet meer beschermd zijn. Mogelijk moet wel aanvullend ontheffing worden aangevraagd voor soorten die vanaf 2017 beschermd zijn of waarvoor een vrijstelling gold maar waarvoor dat vanaf 1 januari 2017 niet meer geldt.

Gedragscodes blijven als instrument (voor vrijstelling) bestaan. Zij moeten per wel opnieuw vastgesteld worden door het ministerie van EZ.

De bescherming van bosopstanden nagenoeg gelijk

De regels van de huidige Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Zo zijn de ‘bebouwde kom Boswet’, melding en herplantplicht hetzelfde. Wel is er een aantal vrijstellingen opgenomen van de herplantplicht, zoals bij maatregelen opgenomen in een ontheffing of vergunning, of via een goedgekeurde gedragscode.

Bevoegd gezag

Nu zijn de bevoegdheden van het rijk (RVO) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen.

Gemeenten hebben een loketfunctie en handhavingstaken. Het is nog steeds mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet.

Tot slot

Zoals uit het bovenstaande blijkt, weten we nog niet tot in detail wat de gevolgen van de Wet natuurbescherming zullen zijn voor de praktijk. Jurisprudentie is er nog niet. Wat u van ons kunt verwachten is dat we de ontwikkelingen op de voet volgen en bij onze advisering de meest recente informatie toepassen.

Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
In de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het ministerie van EZ, kunt u meer lezen over wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. In deze brochure zijn lijsten met soorten (beschermd onder paragraaf 3.2 van de 22 Wet natuurbescherming (artikel 3.5 en 3.8) en onder paragraaf 3.3 van de 23 Wet natuurbescherming (artikel 3.10 en 3.11)) opgenomen.

Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming kunt u contact opnemen met Jan Erik van der Heide

Uw contactpersoon

Jan Erik van der Heide MSc.
E: j.e.van.der.heide@koemanenbijkerk.nl
T: 050-820 0015