Ecologische beoordeling
Oppervlaktewater
Bij een beoordeling van de ecologische kwaliteit van oppervlaktewater worden de resultaten van fysisch-chemische metingen en biologische inventarisaties geïntegreerd en getoetst. Koeman en Bijkerk heeft veel ervaring met de beoordeling van oppervlaktewater. Met gangbare, maar ook met minder bekende, doch zeer inzichtgevende beoordelingssystemen.
Ecologische toestand
Sinds de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt het belangrijkste toetsingsinstrument gevormd door de zogenaamde maatlatten voor de kwaliteitselementen fytoplankton, vegetatie (inclusief kiezelwieren), macrofauna en vis en de zogenaamde GET-normen voor nutriënten. Voor de KRW maakten we gebruik van de beoordelingssystemen ontwikkeld in opdracht van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA), de zogenaamde EBEO-systemen. Ook nu nog worden deze wel toegepast naast de KRW-maatlatten. Een belangrijke meerwaarde, met name voor de beoordeling van de kwalitatief betere, stilstaande wateren, biedt de monitoring van sieralgen met de voor deze groep ontwikkelde beoordelingssystemen (voorlopige KRW-maatlat en natuurwaardebeoordeling volgens Coesel).
Ecologische processen
Een gemeenschappelijke eigenschap van deze beoordelingssystemen is dat ze de toestand van een systeem beoordelen, ten opzichte van een veronderstelde referentie. Daar is niets mis mee, maar de biologische monitoring kan ook inzicht geven in processen. Hiertoe verdelen we organismen, zoals fytoplankton en macrofauna, in functionele groepen. Dergelijke groepen verschillen in habitatvoorkeur, levenswijze en tolerantie of gevoeligheid voor omgevingsfactoren. Uit de dominantie van bepaalde functionele fytoplanktongroepen kunnen we bijvoorbeeld afleiden dat er sprake is van lichtbeperking, stikstofbeperking.
Een andere belangrijke parameter om het ecologisch functioneren van watersystemen te beschrijven is de potentiële graasdruk van zoöplankton. Uiteraard vereist dit monitoring van zoöplankton, en met de komst van de KRW wordt dat helaas heel weinig meer gedaan.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ronald Bijkerk.
Stedelijk groen
Voor de beoordeling van stedelijk groen maakt men vaak gebruik van streefbeelden, waarin ook de belevingswaarde en gebruikswaarde een plaats hebben gekregen. Een alternatief is een systeem met doelsoorten, zoals de gemeente Groningen heeft. In opdracht van en in samenwerking met deze gemeente hebben wij het doelsoortensysteem verder ontwikkeld en er een passend monitoringprogramma voor gemaakt. Uit de inventarisaties komt jaarlijks een grote hoeveelheid informatie voort. Om deze informatie effeciënt te verwerken en effectief te presenteren, heeft Koeman en Bijkerk een computersysteem ontwikkeld.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Gertrud Berg of Janneke van Goethem.






