Ecologische aspecten van peilbesluiten

In opdracht van waterschappen hebben wij in 2006 twee adviesprojecten uitgevoerd in verband met de besluitvorming voor een nieuw peilbeheer in boezemgebieden. Hierbij wordt de huidige ecologische toestand beschreven en worden de ecologische effecten van verschillende scenario’s voor peilbeheer ingeschat.

Tegenwoordig worden ecologische belangen meegewogen in de totstandkoming van peilbesluiten. De Europese Kaderrichtlijn Water schrijft voor dat de ecologische toestand van oppervlaktewater niet mag verslechteren. Dat is dus een randvoorwaarde voor de aanpassing van het peilbeheer. Maar met een ander peilbeheer kan de ecologische toestand ook verbeterd worden. Het peilbeheer is van grote invloed op de ontwikkeling van de oeverzone. Met name op de breedte van de oeverzone en op de samenstelling van de oevervegetatie. Een waterpeilverlaging in het voorjaar kan de trigger zijn voor de terugkeer van ondergedoken waterplanten. Op hun beurt stimuleren goed ontwikkelde water- en oevervegetaties de diversiteit van macrofauna- en visgemeenschappen. In de Nederlandse situatie zal een overgang naar een meer natuurlijk peil vaak pas een positief effect kunnen hebben op de oevervegetatie na een herprofilering (= verflauwing) van het talud onder water. Dit komt omdat het kunstmatige peilbeheer in veel gevallen geleid heeft tot steilranden.

Effecten van peilverschil op de vegetatie Effecten van peilverschil op de vegetatie
Een vast of omgekeerd peil leidt tot een smalle oeverzone, met een strookje Riet in het water en een ruigtevegetatie van Brandnetel, Harig wilgeroosje en Haagwinde op de permanent droge oever. Een meer natuurlijk peil leidt tot een bredere oeverzone met een vitalere Rietgordel die overgaat in een vegetatie van echte moeras- en oeverplanten, zoals Kattestaart, Wolfspoot en diverse zeggesoorten.

Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Ronald Bijkerk.