Kwelderonderzoek
De natuurwaarden van vastelandkwelders worden van regeringswege erkend. In de Planologische Kernbeslissing Waddenzee is vastgelegd dat het huidige areaal van kwelders behouden moet blijven. Door Rijkswaterstaat wordt dit met succes gerealiseerd door actief onderhoud te plegen aan het systeem van rijshoutendammen dat vroeger een belangrijk onderdeel vormde van de landaanwinningswerken. De vaste positie van het systeem van de rijshoutendammen op de grens van kwelder en wad betekent wel dat de kwelders volledig zijn vastgelegd (aan de landzijde fungeert de deltadijk als harde grens).
Een belangrijke conclusie in een afgerond onderzoek over natuurbeheer van kwelders (P. Esselink, 2000) is dat door de bijna volledige vastlegging van de kwelders, deze een successie zullen laten zien in de richting van een hoge en oude kwelder. Een ontwikkeling die ten koste gaat van jonge successiestadia van de kwelder, terwijl juist de jonge kwelderstadia de hoogste natuurwaarden vertegenwoordigen. De veroudering van de kwelders kon ook aan de hand van monitorings-gegevens van Rijkswaterstaat worden aangetoond (zie Figuur).
Terwijl de omvang van de kwelders langs de Friese en Groninger kust vanaf het midden van de jaren zestig statistisch geen significante toe- of afname liet zien, nam het aandeel van de pionierzone in beide gebieden duidelijk af. Op den duur zullen plantengemeenschappen van de jonge kwelderstadia zich slechts kunnen handhaven bij een combinatie van beheersmaatregelen, waaronder verwaarlozing van de kunstmatige ontwatering en beweiding met vee. Het behoud van jonge successiestadia kan ook worden bereikt door de vaste begrenzing van de kwelders te verzachten door de invoering van een cyclisch beheer in de kwelderrand, waarbij het toestaan van erosie wordt afgewisseld met het later opnieuw bevorderen van de aanslibbing.

Figuur:
Rond 1965 bereikte, in het teken van de landaanwinningswerken, de aanleg van rijshoutendammen op de overgang van kwelder naar hooggelegen wadplaten zijn grootste omvang. Tegenwoordig richt het onderhoud zich niet meer op verdere uitbreiding van de kwelders, maar op handhaving van het huidige areaal. De grafieken laten zien dat zowel in Friesland als in Groningen de kwelders na 1966 in omvang ongeveer gelijk zijn gebleven, maar dat het belang van het jongste kwelderstadium (de pionierzone; rechter as) door successie is afgenomen (naar Esselink 2000).
Er is de laatste tijd ook veel aandacht om het areaal aan kwelders waar mogelijk uit te breiden. Bij wijze van proef-uitpoldering is in het najaar van 2001 in Friesland de dijk van een voormalige zomerpolder doorgestoken. Naar verwachting zal zich in het gebied weer een kweldervegetatie ontwikkelen. De ontwikkelingen in hoogte en vegetatie is door Alterra en Koeman en Bijkerk bv gevolgd. De bij dit monitoringsonderzoek verkregen inzichten in biotische en abiotische processen kunnen worden gebruikt bij grootschaliger beheersingrepen.
Literatuurverwijzing:
Esselink, P. (2000) Nature Managements of Coastal Salt Marshes; Interaction between anthropogenic influencese and natural dynamics. Proefschrift Rijksuniversiteit Groningen.






